,

‘Klimaatbomen bestaan niet. Bomen gaan dood omdat ze in metselzand staan’

Herman Wevers (Alles over Groenbeheer) gelooft in bodembeheer, niet in vervanging door exoten

Droogte is iets anders dan verdroging. Droogte is dat het een paar dagen niet regent, verdroging betekent dat het natuurlijke grondwater zich terugtrekt. Dit probeert Herman Wevers van Alles over Groenbeheer duidelijk te maken. Tegelijkertijd luidt hij hiermee de noodklok. Hij gelooft niet in klimaatbomen, wel in bodemverbetering. ‘Zorg voor een goede bodem. Anders is het twee voor twaalf voor veel bomen in Nederland.’

Auteur: Karlijn Raats

 

‘Wie juicht na een paar winterse regenbuien, juicht te vroeg, want die vergeet dat Nederland al twintig jaar aan het verdrogen is.’ Herman Wevers van Alles over Groenbeheer pleit voor een opperste staat van paraatheid op het gebied van droogteschade in onze bomenbestanden. Door de drogere zomers en voorjaren van de afgelopen decennia, zeker de laatste paar jaar, is het grondwaterpeil op veel plaatsen gezakt. Hierdoor komen boomwortels niet aan genoeg vocht. Regenbuien in de herfst en winter kunnen die daling bij lange na niet compenseren. Wevers: ‘Bovendien wordt er op veel stukken grond roofbouw gepleegd door de traditionele landbouw. Deze ongezonde bodems, die verpest zijn door kunstmest, binden weinig of helemaal geen water, kooldioxide en voedingsstoffen meer: ze laten het grondwaterpeil nog verder zakken dan het al doet. Boeren kunnen het water vanaf elke diepte omhoog pompen, maar boomwortels kunnen dat niet!’

Aan de rand van de afgrond
Door deze daling van het grondwater gaat het op hoge zandgronden in Nederland slecht met veel bomen. Beuk en fijnspar staan aan de rand van de afgrond. De Nederlandse bosbouw kampt met ernstige sterfte onder fijnsparren. Wellicht gaat ook douglas, afkomstig uit vochtige leefomstandigheden in Noord-Amerika, het niet redden. Hoewel er hier en daar ook eiken en grove dennen het loodje leggen door de droogte, vreest Wevers niet voor deze sterke inheemse pioniers.

Overzicht droogteschaderisico’s
In welke gevallen moet je als beheerder alert worden? En hoe ga je om met ernstige probleemgevallen? Zomaar een druk op de (beregenings)knop is lang niet altijd de oplossing. Extra beregening drukt op het budget en is bovendien geen optie in tijden van sproeiverboden. Alles over Groenbeheer maakt met een quickscan een overzicht van de locaties met risico op droogteschade en adviseert over het beheer bij droogteschade.

Wevers legt uit hoe de quickscan werkt: ‘Plaatsen waar het de bomen goed gaat, worden groen gemarkeerd. Boomlocaties waar in de toekomst problemen te verwachten zijn, worden oranje gekleurd. Bomen die niet meer te redden zijn of die diep in de problemen zitten, kleuren rood. Vanwege die kleurcategorieën heet het overzicht de “verkeerslichtenkaart”.’

De ‘verkeerslichtenkaart’ van de quickscan door Alles Over Groenbeheer, hier van Rosmalen. Foto: Alles Over Groenbeheer

 

De bodem, niet de boomsoort
In ‘s-Hertogenbosch heeft Alles over Groenbeheer een inspectie uitgevoerd naar de conditie van 100.000 bomen, voor het eerst op basis van de norm NEN 2767 (conditiemeting van gebouwen, terreinen en installaties in Nederland).

Op de hogere zandgronden openbaarde zich tijdens deze opname veel schade in de vorm van afsterving en teruglopende conditie van bomen. In ‘s-Hertogenbosch bleek esdoorn erg veel last te hebben. Toch vindt Wevers het gevaarlijk om te analyseren welke boomsoorten de meeste last hebben van droogte, of de minste, zoals populier en wilg. ‘Populier en wilg kun je niet objectief als droogteongevoelig bestempelen omdat ze meestal in kletsnatte gebieden staan, direct in contact met het water. Daarom kun je ook niet zomaar stellen dat esdoorn per definitie droogtegevoelig is. In elk geval geldt dat wel voor de esdoorns op de hoge zandgronden van ‘s-Hertogenbosch.’

‘Analyseren welke boomsoorten de meeste last hebben van droogte, is gevaarlijk. Het hangt eerder af van de bodem’

 

De conditie-opname op basis van NEN 2767 was een primeur voor Alles over Groenbeheer. Deze was overigens gekoppeld aan de wegvakindeling, zodat de wegbeheerder tegelijkertijd een slag kon slaan op het gebied van assetmanagement. Alles over Groenbeheer doet NEN-conditie-opnames bij bomen door het hele land. Uit al deze opnames valt hetzelfde te concluderen als over de esdoorns in ‘s-Hertogenbosch. Wevers: ‘We zien dat de problemen niet zozeer boomsoortgerelateerd zijn, maar eerder bodemgerelateerd. Als de boom in een gezonde bodem staat, kan hij de klappen nog wel enigszins opvangen. Als hij onder marginale omstandigheden ergens in een stoep staat, legt hij bij droogte op een gegeven moment het loodje, ongeacht de boomsoort.’

Advies: niet poetsen rond bomen!
Hoe zorgen we als beheerders voor een goede bodem die water kan vasthouden? Het lijkt misschien een open deur. Niet verschralen in de buurt van bomen, laat blad en maaisel liggen, zo luidt het duidelijke advies van Wevers. Toch zetten momenteel veel gemeenten in op biodiversiteit door het verschralen van bermen en graslanden. Wevers: ‘Doe dat niet bij de groeiplaats van bomen. Kies daarvoor stukken grasland. Als een eik – waarin honderden soorten leven – het loodje legt door droogte omdat eromheen is verschraald in het kader van de biodiversiteit, wat is dan de winst?’

Herman Wevers. Foto: Alles over Groenbeheer

 

Wevers schetst een ander voorbeeld: ‘In het Stadswandelpark in Eindhoven staan oude eiken. Het park, naar een ontwerp van de bekende tuinarchitect Leonard A. Springer, is aangelegd in 1870. De eiken stammen uit die tijd. Maar helaas bestaat nog steeds het grote misverstand dat parken netjes aangeharkt moeten zijn.’ Hij lacht: ‘Door verschraling van de bovenlaag door maaien en het afvoeren van blad, stonden die eiken zowat in het metselzand. Ze waren kwetsbaar voor droogte.’ Door bodemverbetering zijn de eiken een stuk minder gevoelig geworden voor droogte, volgens Wevers. ‘De eiken staan veel beter in het blad en de bodem veert weer mooi.’ Hetzelfde gold voor een oude treurbeuk in Arboretum Oudenbosch. Sinds een jaar of vijftien mag het blad daaronder blijven liggen, waardoor de bodem – in tegenstelling tot daarvóór – helemaal doorworteld is en tjokvol schimmels zit.

In het Stadswandelpark is geen grond afgevoerd; de bodem is alleen opgewaardeerd. ‘Bodemverbeteringsproducten hoeven niet altijd uit Siberië te komen’, zegt Wevers. ‘Bodemverbetering is voor een groot deel lokaal maatwerk. Het basismateriaal dat je hebt liggen, is in de meeste gevallen prima uitgangsmateriaal. Verrijkende organische materialen kunnen gemaakt worden uit lokaal blad of maaisel. Verder bestaan er tal van biologische oplossingen waarmee je de bodem kunt verbeteren.’

Aandachtspuntje
Beuk kan als climaxsoort overigens een lastige patiënt zijn bij bodemverbetering. Als een beuk al jaren op het randje van zijn groeimogelijkheden zit, kan het voorkomen dat hij sterft als gevolg van plotselinge bodemverbetering. Zomereik daarentegen reageert over het algemeen positief op bodemverbetering. ‘In de gemeente Tilburg hadden wij een project waarbij we de bodem hebben verbeterd bij een zestigtal in slechte conditie verkerende eiken’, vertelt Wevers. ‘De groeiplaatsen leenden zich uitstekend voor verbetering. Als de eiken het alsnog zouden begeven, zou de investering in een goede bodem voor een volgende generatie bomen zich alsnog terugbetalen. Slechts één eik heeft het niet gered, de rest is in conditie enorm bijgetrokken.’

Bodemverbeteringsproject in Tilburg. Links de situatie voor, rechts na. Foto: Alles over Groenbeheer

 

Inheems materiaal
Is bodemverbetering een druppel op de gloeiende plaat, gezien de droogteproblematiek? Wevers denkt dat de klimaatverandering zich zo langzaam voltrekt, dat we ruimschoots de tijd hebben om ons voor te bereiden. ‘Maar dat moeten we dan wel dóén en niet alleen roepen. Bodemverbetering biedt bomen dan een goede overlevingskans.’

Wevers ziet geen toekomstbeeld met daarin lanen van platanen in plaats van eiken. ‘Eiken moeten blijven. Massaal exoten aanplanten vind ik geen goed idee. Klimaatbomen bestaan dan ook niet in mijn optiek. We hebben genoeg mogelijkheden om te koesteren wat we hebben en om zoveel mogelijk inheems materiaal te gebruiken voor nieuwe aanplant en vervanging.’

‘We hebben ruimschoots de tijd om ons voor te bereiden op de klimaatverandering, maar dat moeten we dan wel dóén’

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *